Veelgestelde vragen

Hier vindt u de vragen die veelgesteld zijn en onze antwoorden hierop.
Klik op + om de thema's en vragen uit te klappen. 

Als u een activiteit onderneemt die stikstofdepositie veroorzaakt op een Natura 2000-gebied, bent u verplicht te onderzoeken of de activiteit vergunningplichtig is op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb).

Er kan sprake zijn van de volgende situaties:

  1. In de beoogde situatie is geen sprake van stikstofdepositie. U bent niet vergunningplichtig.
  2. De beoogde activiteit is conform een reeds verleende natuurvergunning en kan daarom plaatsvinden zonder verdere toetsing.
  3. In de beoogde situatie is sprake van stikstofdepositie. U bent vergunningplichtig Bij vergunningverlening wordt onder meer getoetst aan de beleidsregel natuurbescherming.

Vergunning aanvragen indienen

U dient uw vergunningaanvraag voor de Wet natuurbescherming in bij de provincie waarbinnen uw activiteit geheel of grotendeels is gelegen. De provincie neemt alle andere Natura 2000-gebieden waar de activiteit een depositie-effect op heeft mee in de besluitvorming, dus ook de gebieden buiten de eigen provinciegrenzen. In Brabant worden vergunningsaanvragen door de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) afgehandeld, waarbij de provincie het bevoegd gezag is. Zie voor meer informatie: Wet natuurbescherming, vergunning gebieden Natura 2000.

Bekijk ook:

Het overzicht Vergunning aanvragen: Hoe zit het?

Het stappenplan Vergunning aanvragen

Lees meer over de beleidsregel


Bekijk deze video voor meer informatie:

 

 

 

 

 

 

 

Langere wachttijden

Vanwege de stikstofproblematiek is er een grote werkvoorraad ontstaan bij de verlening van natuurvergunningen. Ook komen er meer nieuwe aanvragen binnen dan gewoonlijk. Hierdoor kan het verlenen van vergunningen en het beantwoorden van vragen langer duren dan gebruikelijk. Lees meer...

Sinds de uitspraken van de Raad van State op 29 mei 2019 is de werkvoorraad van Wnb-procedures fors opgelopen. In de eerste plaats omdat veel aanvragen lange tijd niet verder konden worden afgehandeld omdat het rekenprogramma AERIUS ruim een half jaar niet beschikbaar was. Intussen bleef het wel mogelijk nieuwe aanvragen in te dienen. Stapsgewijs zijn er afgelopen jaar nieuwe mogelijkheden beschikbaar gekomen om een vergunning aan te vragen. Zo kunnen woningbouwprojecten sinds maart 2020 gebruik maken van stikstofruimte uit het stikstofregistratiesysteem, en is het sinds 15 september 2020 mogelijk gebruik te maken van extern salderen en verleasen. Ook zien we dat er fors meer aanvragen binnenkomen dan voorheen. Dat heeft ermee te maken dat ook activiteiten met een zeer beperkte stikstofuitstoot, die voorheen onder de drempelwaarde vielen en niet vergunningplichtig waren, of slechts een melding hoefden te doen, nu wel een vergunning nodig hebben. 

De grote werkvoorraad maakt dat aanvragen op dit moment niet direct in behandeling genomen kunnen worden. Voor agrarische initiatieven duurt het bijna een jaar voor deze in behandeling genomen kunnen worden, bij aanvragen vanuit de verkeer & infra en de industrie duurt het respectievelijk 2 en 3 maanden. Het verschil in wachttijd heeft te maken met het grote aantal aanvragen vanuit de veehouderij en de specialistische kennis die beschikbaar is voor elk type aanvraag. 

Om uw aanvraag zo snel mogelijk in behandeling te nemen is het belangrijk dat u uw aanvraag compleet indient, met alle gevraagde gegevens en bijlagen. Het behandelen van uw aanvraag duurt onnodig lang wanneer blijkt dat onderdelen ontbreken. Meer informatie over het indienen van een volledige aanvraag vindt u op de website van de provincie Noord-Brabant

Sommige aanvragen kunnen niet wachten, omdat bijvoorbeeld subsidieregels gelden (bijvoorbeeld de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen). Om te voorkomen dat initiatiefnemers subsidie mislopen, geven wij voorrang aan deze aanvragen. Hetzelfde geldt voor de afhandeling van vergunningaanvragen voor woningbouwprojecten die gebruik maken van het landelijk stikstofregistratiesysteem. Deze procedures worden direct en met voorrang opgepakt zodat de benodigde stikstofruimte in het stikstofregistratiesysteem kan worden vastgelegd.  

In uitzonderlijke gevallen kunnen Gedeputeerde Staten besluiten een aanvraag prioriteit te geven, bijvoorbeeld voor initiatieven met een groot maatschappelijk belang. 
 

Om de wachttijden te verkorten hebben de provincie en omgevingsdiensten een plan van aanpak gemaakt en werkafspraken gemaakt om bijvoorbeeld procedures te verkorten. Enkele voorbeelden van maatregelen zijn: 

  • Risicogerichte beoordeling en afhandeling van vergunningaanvragen: Gedeputeerde Staten hebben besloten tot een risicogerichte beoordeling en afhandeling van vergunningaanvragen. Hiermee hoeven aanvragen die eerder passend beoordeeld zijn, omdat ze minder complex en/of al bekend zijn, minder diepgaand beoordeeld te worden.
  • Aanvragen met een gering effect op Natura 2000 worden via de reguliere procedure afgehandeld, waardoor ze gemiddeld 8 weken korter duren. De reguliere procedure houdt in dat er direct een definitief besluit wordt genomen over de aanvraag. Er hoeft niet eerst een ontwerpbesluit ter inzage worden gelegd, dat na afloop van de inzagetermijn omgezet moet worden naar een definitief besluit. Het blijft uiteraard mogelijk bezwaar aan te tekenen tegen deze besluiten. 
  • De afgelopen tijd hebben de Omgevingsdiensten met een wervingscampagne veel extra personeel aangetrokken. Ook wordt gebruik gemaakt van inhuur en uitbesteding van werkzaamheden. 
  • Het aanvraagformulier voor vergunningen onder de Wet natuurbescherming, onderdeel Natura 2000-gebieden is verbeterd. Het doel daarvan is dat zoveel mogelijk aanvragen meteen compleet worden ingediend. Dat helpt bij een snellere afhandeling. 
     

Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State geldt voor alle gemelde activiteiten alsnog een vergunningplicht.

Hebt u de destijds gemelde activiteiten uitgevoerd conform de toen geldende wet- en regelgeving? Dan hebt u te goeder trouw gehandeld. Er zal dan ook niet actief gehandhaafd worden.  

De provincie heeft besloten om niet actief alle Wnb-vergunningplichtige bedrijven aan te schrijven, maar in te zetten op de bedrijven die een Wabo-aanvraag indienen of via regulier toezicht in beeld komen. De provincie wil wel alle bedrijven stimuleren een aanvraag in te dienen.

Als blijkt dat in uw situatie stikstofruimte alleen via extern salderen beschikbaar is, kan de provincie helpen bij het zoeken naar mogelijkheden om passende combinaties te maken met een of meerdere stikstofaanbieders. Neem hiervoor contact op met het Ondersteuningsloket Stikstof

U wilt als ondernemer uw bedrijf uitbreiden. Om een natuurvergunning te krijgen, mag u ondanks die uitbreiding, in totaal niet meer stikstof gaan uitstoten. Wanneer het niet mogelijk is dit via intern salderen te regelen (binnen het bedrijf of project stikstofruimte creëren door bijvoorbeeld het toepassen van innovatieve emissiearme technieken), dan kunt u dit oplossen door bijvoorbeeld een bedrijf op te kopen van een ondernemer die (deels) stopt. U kunt de stikstofemissie van dat bedrijf overnemen en daar tot 70% van gebruiken. U lost het probleem buiten uw eigen bedrijf op: extern salderen.

Wanneer hierdoor de totale stikstofdepositie niet groter wordt, kan een vergunning worden verleend. De overige 30% mag niet ingezet worden voor ontwikkelingen en draagt daarmee bij aan het verlagen van de totale stikstofneerslag. Voor agrarische bedrijven geldt ook dat de stikstofemissie gecorrigeerd moet worden naar de dan geldende staleisen uit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. 

LEES MEER OVER EXTERN SALDEREN BIJ BIJ12

BEKIJK VOORBEELDEN VAN EXTERN SALDEREN

LEES MEER OVER DE BELEIDSREGEL

Bij extern salderen nemen bedrijven stikstofemissie over van andere bedrijven die (deels) stoppen. Bedrijven die willen stoppen of stikstofruimte over hebben (saldogevers) en bedrijven die stikstofruimte nodig hebben (saldo-ontvangers) maken afspraken en leggen die vast in een contract.

De saldonemer moet met een intrekkingsbeschikking aantonen dat de stikstofruimte van de saldogever daadwerkelijk is ingetrokken. Hiervoor dient de saldogever een intrekkingsverzoek in bij de gemeente of provincie (afhankelijk van wie de vergunning heeft verleend).  

Het effect van de intrekking moet vervolgens zodanig zijn dat de stikstofdepositie op alle relevante hexagonen (door de uitbreiding van de activiteit van de saldonemer) niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie; de situatie inclusief de depositie die saldonemer en de saldogever gezamenlijk veroorzaken met hun vergunde activiteiten .

Saldogevende bedrijven kunnen alleen stikstofemissie overdragen, als de installaties of gebouwen waar die stikstofemissie destijds voor is vergund daadwerkelijk zijn opgericht en gerealiseerd. 

De provincie Noord-Brabant werkt hier aan mee vanuit hun taak om de natuur te beschermen (depositiedaling) en tegelijkertijd perspectief te bieden voor bedrijven die willen ontwikkelen.

LEES MEER OVER EXTERN SALDEREN BIJ BIJ12

BEKIJK VOORBEELDEN VAN EXTERN SALDEREN

LEES MEER OVER DE BELEIDSREGEL

Ja, voordat u een aanvraag indient waarbij externe saldering wordt toegepast, dient u van dit voornemen een melding te doen via het formulier Melding voornemen Extern salderen. 

Melding indienen via het formulier

Als u als ondernemer uw bedrijf wilt uitbreiden, mag u, om een natuurvergunning te krijgen, niet meer stikstof gaan uitstoten. Als intern salderen geen optie is, dan kunt u bijvoorbeeld de stikstofemmissie van een ondernemer kopen die stopt of gaat omschakelen; extern salderen. U kunt dan 70% van de stikstofemissie van dat bedrijf overnemen. Alleen de emissie van gebouwen en installaties die daadwerkelijk zijn gerealiseerd (feitelijk gerealiseerde capaciteit), kunnen worden ingezet voor extern salderen. Deze gebouwen en installaties moeten op het moment van het verlenen van de vergunning nog steeds aanwezig zijn en niet al uit voorzorg gesloopt zijn.

Hieronder twee voorbeelden met een verschil in feitelijk gerealiseerde capaciteit:

Voorbeeld 1

De situatie

U wilt een deel van uw melkveehouderij beëindigen. De vergunde emissieruimte daarvan wilt u verkopen. U heeft een melkveehouderij met een natuurvergunning voor twee stallen.

De vergunde capaciteit van deze stallen is 100 koeien per stal en de daarbij behorende emissie. Deze twee stallen zijn ook daadwerkelijk gebouwd. Elke stal bevat op dit moment 80 koeien.

Hoe werkt dit?

U kunt de emissie van de stal waarmee u stopt, overdragen aan een ander bedrijf. Dit bedrijf mag alléén van de stal die u overdraagt, 70% van de emissie overnemen. Daarbij wordt de stikstofruimte van 100 dieren aangehouden, aangezien dat de gerealiseerde capaciteit is. Ongeacht het feit dat er 80 dieren in uw stal staan.

 

Voorbeeld 2

De situatie

U wilt stoppen met uw melkveehouderij. De vergunde emissie wilt u verkopen. U heeft een melkveehouderij met een natuurvergunning voor twee stallen.

De vergunde capaciteit van deze stallen is 100 koeien per stal en de daarbij behorende emissie. Hoewel er een vergunning is voor twee stallen, is er nog maar één stal gebouwd. In deze stal staan 90 koeien. De tweede stal is in aanbouw.

Hoe werkt dit?

U kunt de emissie van de gerealiseerde stal, overdragen aan een ander bedrijf. Dit bedrijf mag alléén van de stal die al is gebouwd, 70% van de emissie overnemen. Daarbij wordt de emissie van 100 koeien aangehouden, gezien dat de gerealiseerde capaciteit is. Ongeacht het feit dat er op het moment 90 koeien in staan.

De emissie van de tweede stal die nog in aanbouw is, kan niet worden ingezet voor salderen.

 

Meer informatie over de feitelijk gerealiseerde capaciteit leest u in artikel. 2.7, lid 7 van de Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant.

Nee, het is niet toegestaan deze opbrengst in te zetten voor extern salderen.

Aanpassing van het huisvestingssysteem leidt tot afname van de emissie uit de stal, waar in de te verlenen nieuwe vergunning rekening mee wordt gehouden. Het verschil in emissie tussen de oude situatie en de nieuwe situatie mag niet ingezet worden voor ontwikkelingen en draagt daarmee bij aan het verlagen van de totale stikstofneerslag.

De emissiereductie die op basis van de IOV behaald wordt is een passende maatregel in het kader van de Wet natuurbescherming. De opbrengst die met deze passende maatregel wordt behaald moet direct bijdragen aan de verlaging van de totale stikstofneerslag en mag dus niet worden ingezet als mitigerende maatregel, zoals extern salderen. Dit geldt ook voor stalsystemen die vóór de uiterste realisatiedatum in de IOV (volgens de voorgestelde wijziging 1 januari 2024) worden gerealiseerd.  

Nee, als vrager of aanbieder van stikstofruimte bent u niet verplicht grond en vastgoed mee te (ver)kopen. Zo komt regelmatig voor dat een stoppend bedrijf wil omschakelen naar een andere functie en de grond en opstallen niet verkocht worden.

Mochten grond en gebouwen wel deel uitmaken van de transactie, dan denkt de provincie graag met u mee bij het vinden van oplossingen. Wij willen voorkomen dat als gevolg van stikstoftransacties leegstand ontstaat en waar mogelijk willen wij vragers en aanbieders ondersteunen. 

Nee, als een bedrijf door iemand anders gekocht of overgenomen wordt, en het bedrijf wordt op dezelfde manier voortgezet, dan is er geen sprake van extern salderen en vindt dus ook geen afroming plaats. Het bedrijf kan gewoon doorgaan op basis van de bestaande vergunning.

Hieronder in figuur 1 staat weergegeven om welk deel van de capaciteit het gaat:

Figuur 1: Schematische weergave van feitelijk gerealiseerde capaciteit

Figuur 1: Schematische weergave van feitelijk gerealiseerde capaciteit

Als u als ondernemer uw bedrijf wilt uitbreiden, dan mag u, ondanks die uitbreiding niet meer depositie veroorzaken op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden. U kunt uw bedrijf uitbreiden door uw bedrijfsvoering zo aan te passen dat de stikstofuitstoot, ondanks de uitbreiding, niet hoger wordt. Dit kan bijvoorbeeld door het installeren van emissiearme technieken. U lost het probleem van stikstof dus binnen uw eigen bedrijf of project op: intern salderen. 

Enkel de vergunde ruimte mag worden benut voor zover u gebouwen en installaties daadwerkelijk heeft gerealiseerd. Stikstofemissie van een installatie of gebouw dat nooit is gerealiseerd, mag niet worden ingezet om mee te salderen. Bij een wijziging in de bedrijfsvoering waarvoor een vergunning nodig is wordt het verschil in ruimte tussen vergunning en realisatie (niet-gerealiseerde capaciteit) ingenomen.

Er zijn uitzonderingen. Wanneer een bedrijf aantoonbare stappen heeft gezet, of investeringen heeft gedaan om deze ruimte te vullen, zijn er mogelijkheden om van bovenstaande regel af te wijken. Dat geldt ook voor bedrijven die verdergaande innovatieve stikstofemissie reducerende technieken toepassen, projecten die noodzakelijk zijn voor de realisatie van doelen in een Natura 2000-gebied en voor projecten van algemeen belang of voor de nationale veiligheid, zoals dijkaanleg. 

LEES MEER OVER INTERN SALDEREN BIJ BIJ12

DIRECT NAAR DE BELEIDSREGEL

Verleasen is een tijdelijke vorm van extern salderen, waarbij een natuurvergunning kan worden afgegeven voor een tijdelijke depositie in een beperkte, vooraf afgebakende periode. Dit is mogelijk als de saldogevende activiteit tijdelijk geheel of gedeeltelijk buiten gebruik wordt gesteld. Het gaat om feitelijk gerealiseerde capaciteit en de capaciteit moet aantoonbaar buiten gebruik gesteld worden.

Net als bij extern salderen vindt 30% afroming plaats van de stikstofruimte, deze ruimte mag niet ingezet worden voor ontwikkelingen en draagt daarmee bij aan het verlagen van de totale stikstofneerslag ten gunste van de natuur. Echter, bij verleasen kan de saldogever, op het moment dat hij zijn stikstofruimte niet meer verleast, weer 100% zelf gebruiken.  

Verleasen is alleen mogelijk voor een tijdelijke depositie gedurende maximaal 2 jaar. Daarin onderscheidt verleasen zich van regulier extern salderen.

Bij verleasen wordt de natuurtoestemming van de saldogever tijdelijk ingeperkt ten gunste van het tijdelijke project van de saldo-ontvanger. De natuurvergunning mag niet eerder in gebruik worden genomen dan nadat de saldo-ontvanger bij het bevoegd gezag heeft gemeld dat de saldogevende activiteit (tijdelijk) is gestaakt.

Voor bijvoorbeeld projecten met wegaanpassingen die anders vastlopen. Het gaat dan te ver om extern te salderen voor een project dat maar enkele maanden duurt. Voor dit soort projecten is verleasen ideaal. Of voor bijvoorbeeld initiatiefnemers van evenementen (voor een periode van enkele dagen) wordt verleasen ook als oplossing aangedragen. Na afloop van de verleaseperiode krijgt de saldogever 100% van zijn rechten terug.

De initiatiefnemer (saldo-ontvanger) moet bij de provincie zijn/haar (tijdelijke) natuurvergunning aanvragen. De Omgevingsdienst verleent deze vergunning in mandaat van de provincie Noord-Brabant.

De tijdelijke beperking van de vergunning van de saldogever dient gecombineerd met de aanvraag voor de saldo-ontvanger te worden gevraagd bij de provincie of gemeente (dan wel de omgevingsdienst als deze door de gemeente hiervoor is ingeschakeld). Dit is afhankelijk van wie de betreffende vergunning heeft verleend*. Voor het tijdelijk inperken van deze omgevingsvergunningen ten behoeve van verleasen is samenwerking tussen de betreffende gemeente en provincie nodig. Hiervoor zijn procesafspraken gemaakt tussen de verschillende bevoegde gezagen.

*De provincie is bevoegd gezag voor het afgeven van een natuurvergunning. De gemeente voor een omgevingsvergunning.

  • Bij de beoordeling van de aanvraag wordt getoetst aan de beleidsregels voor verleasen. De aanvraag moet aan artikel 2.7a van de Beleidsregels natuurbescherming Noord-Brabant voldoen. De beleidsregels gaan bijvoorbeeld uit van gerealiseerde capaciteit binnen de vergunde situatie.
  • Bij de aanvraag moet een getekende overeenkomst tussen saldogever en saldo-ontvanger zitten. Welke inhoud een leasecontract moet bevatten leest u hier: leasecontract (PDF)
  • De AERIUS-berekeningen moeten op dezelfde wijze worden gemaakt als bij extern salderen, dus één verschilberekening met de uitgangssituatie en de beoogde situatie van zowel de saldogever als saldo-ontvanger.
  • Er dient een leasecontract toegevoegd te worden aan de vergunningaanvraag van de initiatiefnemer (saldo-ontvanger). Welke inhoud een leasecontract moet bevatten leest u hier: leasecontract (PDF)
  • De initiatiefnemer (saldo-ontvanger) krijgt een tijdelijke natuurvergunning (Wet natuurbescherming).
  • De saldogever krijgt per brief een tijdelijke inperking van zijn/haar natuur- of omgevingsvergunning.
  • De initiatiefnemer (saldo-ontvanger) moet een start- en gereedmelding indienen bij het bevoegd gezag. Zie hiervoor het standaardmeldingsformulier (Word). Deze wordt ook aan u toegestuurd bij het verkrijgen van de vergunning.

Ja dit kan. Na afloop van de verleaseperiode krijgt de saldogever 100% van zijn rechten terug. Bij verleasen kan de saldogever op het moment dat hij niet meer verleast weer 100% zelf gebruiken of opnieuw verleasen.

Nee, aanvragen voor een activiteit die in de gebruiksfase depositie oplevert worden geweigerd, omdat het dan geen tijdelijke activiteit betreft. Verleasen is alleen een oplossing voor de aanlegfase.

Kern van verleasen is dat het mogelijk is voor een specifiek tijdelijk project, zoals in de vergunning is opgenomen. Als dat project afgerond is, dan komt de ruimte terug. Daarbij moet er sprake zijn van directe samenhang tussen saldogever en saldo-ontvanger. Daarmee is juridisch gezien onderverleasing niet mogelijk.

Ja, op het moment dat vergunde activiteiten zijn gerealiseerd, maar niet worden gebruikt. Bijvoorbeeld saldo van een leegstaande stal met inrichting voor de huisvesting van de vergunde dieren mag worden ingezet voor verleasen.

Ja, op het moment dat een veehouder de stikstofruimte in zijn vergunning op dit moment niet volledig benut kan deze worden ingezet voor verleasen. Op het moment dat een veehouder zijn stal gaat aanpassen in het kader van de eisen in de Interim Omgevingsverordening (IOV), en hiervoor een aanvraag indient, is dit niet meer mogelijk.

Emissiereductie die op basis van de IOV behaald wordt is een passende maatregel in het kader van de Wet natuurbescherming. De opbrengst die met deze passende maatregel wordt behaald moeten direct bijdragen aan het verlagen van de totale stikstofneerslag en mag dus niet worden ingezet als mitigerende maatregel, zoals extern salderen of verleasen.

Ja, voor activiteiten waarvoor de provincie verantwoordelijk is zoals een gebiedsontwikkeling, of de aanleg of verbreding van provinciale wegen zal de provincie ook zelf bedrijven opkopen. Dit gebeurt op basis van vrijwilligheid, met bedrijven die zich hiervoor melden of veehouderijen die aangeven geholpen te willen worden bij het stoppen. 

De provincies hebben werkafspraken gemaakt voor die situaties dat saldering over de grenzen van provincies heen gaat. Op die momenten vindt afstemming plaats tussen de betrokken provincies.

Meld u bij voornemens om extern te salderen met een veehouderij altijd bij uw eigen provincie om na te gaan wat de mogelijkheden zijn en of een door u voorgenomen externe saldering kans van slagen heeft. Doe dat bovendien vroegtijdig, om te voorkomen dat u verplichtingen aangaat met het risico dat u uiteindelijk geen natuurtoestemming kunt krijgen.

Wanneer de provincie zelf stikstofruimte van bijvoorbeeld een veehouderij koopt, hanteren wij ons aankoopbeleid. Dat houdt op dit moment in dat, wanneer wij alleen stikstofruimte, en niet de grond en de gebouwen aankopen, wij betalen voor ‘losse stikstofruimte’.

De prijs wordt bepaald op basis van het verschil tussen de waarde van het bedrijf mét stikstofruimte en de waarde van het bedrijf zónder stikstofruimte (met bedrijfsgebouwen waarin niet meer bedrijfsmatig vee mag worden gehouden). Het waardeverschil wordt vastgesteld door beëdigde taxateurs.

Als de provincie gebouwen mét stikstofruimte koopt, betalen wij de waarde van de gebouwen, waarvoor de taxatie als vanouds wordt uitgevoerd, zonder een afzonderlijke waardecomponent voor de stikstofruimte.

Nee, u mag ook rechtstreeks zakendoen met vragende of biedende partijen van stikstof. Mocht u er niet uitkomen, omdat er bijvoorbeeld een mismatch is tussen vraag en aanbod (de biedende partij biedt meer aan dan u wilt kopen of andersom), dan kan de provincie u mogelijk helpen bij het vinden van een oplossing. 

Ja dat kan, mits de saldogevende activiteit onlosmakelijk verbonden is aan deze projecten. Bij het intrekken van de vergunning van de saldogever, moet in de intrekkingsbeschikking duidelijk vermeld worden om welke projecten en in welke verdeling het gaat.

Nee, op dit moment kan dat nog niet. Bij het intrekken van de vergunning van de saldogever, moet in de intrekkingsbeschikking duidelijk komen te staan aan wie het saldo wordt toebedeeld. Wanneer een regionaal stikstofregistratiesysteem beschikbaar is kan stikstofruimte geregistreerd worden en in delen uitgegeven worden.

Op dit moment kan dat nog niet. Over enige tijd is dat mogelijk, mits er natuurlijk aanbod is. Wanneer een regionaal stikstofregistratiesysteem beschikbaar is kan stikstofruimte geregistreerd worden en in delen uitgegeven worden.  

Ja, mits uw nieuwe plannen voldoen aan geldende wet- en regelgeving en de bepalingen in het bestemmingsplan. Wij raden u bovendien aan goed te onderzoeken of u voor uw nieuwe activiteit ook een Wnb-vergunning nodig heeft. In dat geval doet u er goed aan niet alle stikstofruimte te verkopen, maar slechts een gedeelte in te trekken, zodat u voor uw nieuwe activiteit niet zelf stikstof moet gaan opkopen.

Voor woningbouwprojecten moet een natuurvergunning worden aangevraagd op basis van het stikstofregistratiesysteem. Eind maart 2020 heeft het ministerie van LNV deze regeling opengesteld. Vervolgens heeft de provincie alle Brabantse gemeenten ook eind maart geïnformeerd met een brief.

Om gebruik te kunnen maken van het stikstofregistratiesysteem (SSRS) dient er een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) te worden aangevraagd dan wel een verklaring van geen bedenkingen onderdeel natuur binnen een omgevingsvergunning. Voor het aanvragen van een Wnb-vergunning verwijzen we u naar onze website. In een begeleidende mail/brief bij de aanvraag zou u aan kunnen geven dat u gebruik wenst te maken van het SSRS om de depositietoename te mitigeren. Bij de aanvraag dient dan in elk geval een AERIUS-berekening gevoegd te worden waaruit de depositietoename blijkt van het voorgenomen project. 

Voor nadere informatie zie ook de website van BIJ12

Nee. Alle leden van de Europese Unie zijn verplicht de aangewezen Natura 2000-gebieden te beschermen.

Alleen wanneer natuurbeschermingsmaatregelen onhaalbaar zijn, waarbij dat niet mag worden veroorzaakt door nalatigheid van de overheid om het gebied te beschermen, zijn wijzigingen van natuurdoelen mogelijk. Dat is niet aan de orde voor de Natura 2000-gebieden in Brabant.

Natuurherstelmaatregelen en bronmaatregelen gaan gewoon door. Deze maatregelen zijn noodzakelijk voor het behoud, het herstel en het voorkomen van verdere achteruitgang van de natuur. Sterker nog, de provincie Noord-Brabant zoekt naar extra bronmaatregelen in de diverse sectoren omdat deze heel erg belangrijk zijn voor de natuur.

Projecten die wel effect hebben op de natuur kunnen als ze van groot maatschappelijk belang zijn en er geen alternatieven zijn als laatste stap gebruik maken van de ADC-toets en de effecten compenseren.

ADC betekent dat er:

A – Er geen alternatieven zijn;
D – Sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en;
C – De nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft.

Naar huidig inzicht is de ADC toets alleen bruikbaar voor een beperkt aantal grootschalige publieke projecten.

Cookie-instellingen